Waar zoekt u naar?

Graag uw suggesties !

Heeft u ergens een foutje ontdekt?
Zocht u iets wat u niet vond op onze website?
Heeft u suggesties voor nieuwe toepassingen op onze website?

Bezorg ons uw feedback en help ons
om deze site te verbeteren!

Milieuklachten (hinder in verband met geluid, reuk, licht, afval, ongedierte, zwervende en loslopende dieren, bedrijfsactiviteiten, beplanting, ...) kunt u altijd melden op het e-mailadres: milieu@roosdaal.be
Dit e-mailadres wordt beschermd tegen spam bots, u heeft Javascript nodig om het te bekijken

Opgelet: volgende problemen worden niet als milieuklachten omschreven en dienen rechtstreeks gemeld aan de desbetreffende dienst:

  • Brand: 100
  • Antigifcentrum: 070 24 52 45
  • Dokter van wacht: 054 50 41 00
  • Apotheker van wacht: 0900 10 500
  • Medische spoed: 100
  • Defecte straatlampen: 0800 63 535
  • Gasreuk: 0800 65 065
  • Lek waterleiding: 016 30 13 40

Tijdens de kantooruren (8u30 tot 16u) is de milieudienst 054 89 13 32 ook telefonisch bereikbaar voor alle aspecten.

U kunt naast het algemene meldingspunt ook rechtstreeks terecht bij één van de volgende toezichthouders:

  • GAS-vaststeller Gregory Goossens: 054 89 13 40 of gregory.goossens@roosdaal.be
    Dit e-mailadres wordt beschermd tegen spam bots, u heeft Javascript nodig om het te bekijken
        > in het bijzonder voor openbare overlast (lawaaihinder, hinder afkomstig van dieren, vuur en rook, geurhinder en hygiëne, drukwerk, wildplakken, het niet onderhouden van braakliggende terreinen, hinder op de openbare weg, …)

  • bij de lokale politie: 054 89 13 72 of  pz.tarl.wijk.roosdaal@police.belgium.eu
    Dit e-mailadres wordt beschermd tegen spam bots, u heeft Javascript nodig om het te bekijken
        >  in het bijzonder hinder door het verkeer, loslopende  dieren, burenruzies, ...
  • bij de milieuambtenaar: 054 89 13 32 of david.vandermijnsbrugge@roosdaal.be
    Dit e-mailadres wordt beschermd tegen spam bots, u heeft Javascript nodig om het te bekijken
        > in het bijzonder voor hinder door bedrijfsactiviteiten, zwervende katten, sluikstorten op private terreinen, hinder door beplanting tussen private terreinen, verbranden van afval, ...

Buiten de kantooruren:

  • bij dringende gevallen bij de politie
  • in het geval van minder dringende situatie: zie het algemene nummer of e-mailadres

U kunt ook altijd terecht bij bovengemeentelijke inspecties:

 

krul contactDienst Milieu

Brusselstraat 15, 1760 Roosdaal
Tel 054 89 13 32
milieu@roosdaal.be

De omgevingsvergunning

 De omgevingsvergunning vervangt en verenigt de stedenbouwkundige vergunning, de verkavelingsvergunning en de milieuvergunning. De aanvragen worden ingediend bij één loket, het Omgevingsloket, waarna één openbaar onderzoek en één adviesronde worden georganiseerd. Dat is efficiënter, bespaart tijd en leidt tot betere resultaten.

Meer info op de website van de Vlaamse Overheid

Kapmachtiging

Als de kapping van bomen in een bos niet opgenomen is in een goedgekeurd bosbeheerplan, dan hebt u in vele gevallen een kapmachtiging nodig.

Voor kappingen die expliciet in een goedgekeurd bosbeheerplan staan, moet geen kapmachtiging worden aangevraagd. Zulke kappingen mogen onmiddellijk uitgevoerd worden en zijn niet meldingsplichtig. Men moet wel rekening houden met de voorwaarden die gesteld zijn bij de goedkeuring van het bosbeheerplan.

Voor alle andere kappingen in het kader van het bosbeheer en die niet leiden tot ontbossing, moet een kapmachtiging worden aangevraagd. Voor kappingen die leiden tot ontbossing gelden er andere regels.

Meer info op de website van de Vlaamse Overheid. Op deze site vindt u tevens het aanvraagformulier tot het verkrijgen van een kapmachtiging.

Bodemattest

Een bodemattest wordt uitgereikt door de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM). Het document geeft weer of de OVAM beschikt over relevante gegevens over de bodemkwaliteit. Dat is het geval als een grond is opgenomen in het grondeninformatieregister (GIR).

Meer info op de website van de Vlaamse Overheid

 

krul contactDienst Milieu

Brusselstraat 15, 1760 Roosdaal
Tel 054 89 13 32
milieu@roosdaal.be

Hinder

We komen allemaal wel eens in contact met hinder in al zijn vormen: een lawaaierig feestje bij de buren, hinderlijke rook van de buurman die afval verbrandt, grasmaaiers op zondagochtend, overhangende bomen, …

Wat is Hinder?

Hinder (of wat we ervaren als hinder) kan heel divers zijn. Zo kunnen we onderscheid maken tussen:

A. Niet-Milieuhinder

  •  Veiligheid: we worden door handelingen van derden in een onveilige situatie gedwongen (bvb. wildparkeren op de stoep waardoor we op straat moeten lopen, gevaarlijke dieren worden niet goed onder beheer gehouden, voorwerpen worden onveilig opgesteld, …).
  • Economisch: handelingen kunnen een hinder (onrust) veroorzaken omdat men van mening is dat dit een negatief effect kan hebben op de waarde van zijn eigendom (vb de komst van en bedrijf, een windmolen).

B. Milieuhinder

  • hinder door licht: te sterke lichtreclame is verblindend op de openbare weg of verstoort de nachtrust als het licht de slaapkamer binnendringt, …
  • hinder door geluid: verkeer, vliegtuigen, bedrijven, optredens, dieren, …
  • hinder door reuk of geur en rook: het verbranden van niet toegelaten brandstoffen (afval, behandeld hout) of binnen niet toegelaten afstanden (binnen de 100 m van woningen en gebouwen), slechte verbranding en een niet toelaatbare afvoer van de rook (te lage schouw, slecht afgestelde branders, niet gereinigde schouw en brander), bemesting (slecht tijdstip, niet ondergewerkt, overbemesting door het te hoge aantal dieren per oppervlakte), sigarettenrook, …
  • hinder afkomstig van beplanting: aanpalende beplanting die overhangt, die licht wegneemt, die de werking van de zonnepanelen hindert, het planten van exotische planten die de inheemse overheersen en na verloop van tijd gaan overheersen;
  • hinder door afval/bevuiling: sluikstorten groot en klein (sigarettenpeuk, hondenpoep, blikjes, huisvuil deponeren in de openbare vuilbakjes,...), graffiti, wildplakken, …..

We zouden hinder ook kunnen opdelen in zichtbare en onzichtbare hinder: de hierboven genoemde economische hinder is bvb. een vorm van onzichtbare hinder, straling (gsm, tv, microgolf,…) is eveneens een vorm van onzichtbare hinder

Er bestaat naast de hinder veroorzaakt door het menselijk handelen ook hinder door moeder natuur (natuurlijke erflast):

    • dieren en planten: wild, insecten, ongedierte, giftige planten of woekerplanten;
    • wind en regen: storm, wateroverlast, afgevallen bladeren, …
    • vulkanen: rechtstreekse (omgeving) of onrechtstreekse (vb. luchtvaart) hinde
    • straling: radioactieve stralingmaar ook radioactief afval;

Nadelen van hinder

Het nadeel dat je van hinder ondervindt is steeds subjectief en kan zich zowel rechtstreeks als onrechtstreeks manifesteren. Zo veroorzaakt te luide muziek rechtstreekse gehoorschade en ademen we de dioxines in die vrijkomen bij onrechtmatige verbranding van afval in de buurt.

In vele gevallen is de hinder op zich beperkt (onrechtstreeks) maar zal door het aanhoudend probleem er een ergernis ontstaan, een stress waardoor er op termijn gezondheidsproblemen en/of gedragsproblemen ontstaan (men wordt ziek, men gaat zijn levenswijze aanpassen, …).

Bovendien is de ene mens niet de andere: omdat jij vandaag een situatie niet als hinder ervaart wil dit niet zeggen dat dit ook zo is voor anderen (ouderen, jongeren, zieken) of op andere tijdstippen, iedereen heeft zijn persoonlijke gevoeligheden.

Hinder of niet?

Een activiteit of handeling is maar hinder wanneer er een ontvanger is die dit negatief ervaart en het dus als een hinder beschouwt: het doet er dus niet toe of dit een wettelijk toegelaten handeling of activiteit is. Bij de beoordeling van hinder of niet wordt gebruik gemaakt van een toetsingkader (referentiekader): bij het samenleven van mensen is er voortdurend interactie, een groot deel van die interactie beschouwen we als normaal binnen de lokale maatschappij waarin we leven (tijdsgeest, locatie, cultuur en wetenschap). Interacties die we vandaag als normaal ervaren kunnen plots als abnormaal ervaren worden omdat:

  • de handeling/activiteit gewijzigd werd, de frequentie of tijdstip wijzigt;
  • onze eigen situatie wijzigt (de levensfase waarin we verkeren, ziek of gezond; werk of geen werk; …);

Handelingen en activiteiten die onwettig zijn worden per definitie als hinder beschouwd, ongeacht of we ze al dan niet als hinderlijk ervaren.

Ik ervaar hinder of ik veroorzaak hinder: aanpak en stappenplan

STAP 1

> ik ervaar hinder:

- zeer belangrijk is om voor uzelf de vraag te stellen welke hinder en waarom ervaar ik dit als hinder (is het iets nieuw, waarom is iets dat reeds jaren aanwezig is nu ineens hinder, wat stoort me,…);

- zeer belangrijk is om dit te noteren, dit ordent de gedachte en laat toe om in een volgende stap op een goede wijze in contact te treden met de veroorzaker;

- belangrijk is ook stil te staan bij wat wil ik bereiken wanneer ik dit probleem ga aankaarten (er is een verschil tussen de handeling/activiteit niet willen of ze gewijzigd zien);

> ik veroorzaak hinder:

- gebruik uw gezond verstand (wat ik zelf niet graag heb, doe ik mijn medemens niet aan)

- is het wettelijk toegelaten? (u doet op uw terrein wat u wil binnen wat de wet toelaat);

- op welke wijze wijzigt mijn doen het evenwicht met mijn omgeving of verandert dit de erflast (een belangrijke oefening waaruit men kan leren dat het misschien anders kan);

- bezin eer ge begint.

STAP 2

> ik ervaar hinder:

- treed rechtstreeks in contact met de veroorzaker op een objectieve en rustige wijze (de oefening van stap1 is hierin zeer belangrijk);

- wacht geen dagen om contact te nemen: wachten zal het probleem niet oplossen, integendeel veroorzaakt ergernis, een gezondheidsprobleem en een onnodige emotionele reactie. Ga er niet automatisch vanuit dat de veroorzaker wel weet dat u hinder geeft (in het geval de veroorzaker ‘moeder natuur’ (natuurfenomenen) is kunt u terecht bij de milieudienst voor meer informatie).

> ik veroorzaak hinder:

- is het iets nieuw, verwittig uw omgeving, geef hierover informatie (onbekend is onbemind).

- ga er niet zomaar vanuit dat de omgeving het wel goed zal vinden;

- moet er voor de activiteit een toelating zijn?

STAP 3

> ik ervaar hinder:

- heeft het persoonlijke gesprek met de veroorzaker niet geleid tot een gewenst resultaat dan kan men kiezen voor het inschakelen van derden. Burenbemiddeling is het inschakelen van derden om het gesprek, contact terug te herstellen of verder te zetten (via een schrijven of mondeling contact), met als doel de overlast spreekbaar te maken en een oplossing te bekomen die voor beide partijen aanvaardbaar is (een nieuw evenwicht). In de gemeente Roosdaal kunt u hiervoor terecht bij de toezichthouders (burgemeester, lokale politie, milieuambtenaar en gemeenschapswacht). Burenbemiddeling treedt niet op in de plaats van politionele organen, noch bij strafrechtelijke inbreuken en wanneer de zaak reeds in behandeling is bij een rechtbank.

Heb je liever geen gebruik te maken van de gemeentelijke mogelijkheid maar kies je voor een burenbemiddeling buiten de gemeente Roosdaal dan kun je terecht bij provinciale burenbemiddeling op 016 26 78 01, burenbemiddeling@vlaamsbrabant.be of www.vlaamsbrabant.be/burenbemiddeling 

> ik veroorzaak hinder:

- neem de moeite om na te gaan welke wetgeving van toepassing is op de handeling of activiteit die u stelt;

- iedereen wordt geacht zijn zaken te behandelen als een goede huisvader, dit wil ook zeggen dat men handelingen en activiteiten uit voert volgens het goede vakmanschap en volgens de best beschikbare economisch aanvaarbare techniek.

STAP 4

Blijkt dat het een vruchteloze inspanning geweest is en de hinder neemt niet af dan kan u nog kiezen voor een politionele aanpak en kiezen tussen een burgerlijke procedure (bij de vrederechter) of – bij inbreuken op wetgeving of reglementen - een strafrechterlijke (pv, parket, celstraf, …) of administratief rechterlijke procedure (administratieve straf via ambtenaar).

In de gemeente Roosdaal zijn er in de politieverordeningen administratieve sancties opgenomen. Inbreuken kunnen administratief vastgesteld worden door de lokale politie, milieuambtenaar, gemeenschapswacht en de gemeentesecretaris (die ook administratief rechter is). Strafrechtelijke inbreuken kunnen vastgesteld worden door lokale politie, de burgemeester en de milieuambtenaar.

Geen hinder veroorzaken daar gaat het om!

 

krul contactDienst Milieu

Brusselstraat 15, 1760 Roosdaal
Tel 054 89 13 32
milieu@roosdaal.be

Afbeelding vuurwerk

Sinds 27 mei 2019 geldt in Vlaanderen een algemeen verbod om vuurwerk af te steken, voetzoekers te laten ontploffen en carbuurkanonnen af te vuren.

Gemeenten mogen alleen nog in zeer uitzonderlijke gevallen van deze regel afwijken.

Wensballonnen daarentegen zijn nooit meer toegelaten omdat het risico op brand te groot is. 

Gemeenten kunnen overtredingen bestraffen met GAS-boetes.

De nieuwe regeling wordt opgezet als maatregel ter bescherming van de openbare veiligheid en gezondheid, maar betekent ook goed nieuws voor de dieren die door de luide, onverwachte knallen kampen met angst en stress. Ook de voorbije eindejaarsperiode waren er tal van ongelukken door bange dieren die verloren lopen, gewond raakten of zelfs overleden als gevolg van het vuurwerk.


Bron: Decreet van 26 april 2019 houdende een reglementering op het gebruik van vuurwerk, voetzoekers, carbuurkanonnen en wensballonnen, Belgisch staatsblad 17 mei 2019.

 

krul contactDienst Milieu

Brusselstraat 15, 1760 Roosdaal
Tel 054 89 13 32
milieu@roosdaal.be

De wetgeving die sinds 2013 van toepassing is, regelt het binnengeluidsniveau afkomstig van elektronische versterkte muziek (dus van een radio, een dj of een optreden).

Deze wetgeving heeft tot doel de bezoekers van muziekactiviteiten te beschermen tegen de gezondheidsschade die we kunnen oplopen bij een te luid geluid (rechtstreekse gehoorschade en onrechtstreeks door de geluidsfrekwentie op onze organen);

Wil je hier iets meer over weten surf eens naar www.lne.be/gehoorschade en www.lne.be/geluidsnormen.

Wat schrijft de geluidswetgeving voor en welke keuze moeten gemaakt worden?

Uitbaters van gebouwen waar een muziekactiviteit kan doorgaan en in principe toegankelijk zijn voor publiek (winkel, horeca, zaal, ..= ongeacht of men lid moet zijn of het maar voor een bepaalde groep is) dienen een keuze te maken tot welk niveau ze het geluid toelaten in het gebouw.

Er zijn drie binnengeluidsklassen: tot en met 85 dB(A) – tot en met 95 dB(A) en tot en met 100 dB(A). Hoger is verboden.

De binnengeluidsklasse tot en met 85 dB(A) vereist geen toelatingen noch maatregelen om de bezoekers te beschermen.

De binnengeluidsklasse tot en met 95 dB(A) vereist dat de uitbater of organisator het geluidsniveau regelmatig meet zodat hij dit kan beheersen en bijsturen (over een periode van 15 minuten mag dit niet overschreden worden).  Dit wordt vastgelegd in een meldingsformulier voor een klasse 3-inrichting.

De klasse tot en met 100 dB(A) vereist dat de uitbater of organisator het geluidsniveau regelmatig meet (over een periode van 1 uur mag dit niet overschreden worden), registreert (moet 1 maand beschikbaar zijn) en oordopjes te beschikking heeft voor de bezoekers. Dit wordt vastgelegd in een milieuvergunning. Is er een vast opgestelde geluidsinstallatie dan is er ook een geluidsplan vereist.

Organisatoren van muziekactiviteiten in open lucht of in een tent vallen per definitie onder de binnengeluidsklasse 85 dB(A).

Private muziekactiviteiten (= in de woning en/of tuin in familiale kring) zijn vrijgesteld van de keuze van de binnengeluidsklasse (in uw tuin een tent plaatsen voor een buurtfeest is NIET privaat).

OPMERKING: belangrijk is te begrijpen dat de binnengeluidsklasse grens een theoretisch gegeven is? Het echte binnengeluidsniveau dat mag geproduceerd worden, wordt bepaald door het akoestisch dempingsvermogen van het gebouw, immers moet men ALTIJD DE BUITENGELUIDSNORM naleven.

(vb. Men kiest een binnengeluidsklasse tot en met 95 dB(A) maar om de buitengeluidsnorm te respecteren mag men niet hoger gaan dan 90 db(A)).

In dit verband is een akoestisch onderzoek van het gebouw een zeer nuttige investering die de relatie tussen het binnen geluid en buiten geluid zal beoordelen en U inzicht geeft over de eventueel te nemen maatregelen.

Op de binnengeluidsklasse die permanent van toepassing is kan TIJDELIJK AFGEWEKEN worden onder volgende voorwaarden:

- NIET voor de locaties met een permanente binnengeluidsklasse tot en met 100 dB(A), immers kan er geen geluid hoger dan 100 dB(A);

- op de permanente binnengeluidsklasse 85 en 95 db(A) kan afgeweken worden naar een hogere klasse MITS TOELATING van het College van Burgemeester en Schepenen en MAXIMAAL 12 maal of 24 kalenderdagen per jaar. De beschermingsmaatregelen (noemt men ook flankerende maatregelen) die horen bij de binnengeluidsklasse 95 en/of 100 dB(A) moeten ook  NAGELEEFD worden.

Opmerking: verhuurt u uw inrichting voor muziekactiviteiten, leg dan vast in de huurovereenkomst wie welke verantwoordelijkheden draagt.

Wat moet u doen wanneer u een muziekactiviteit organiseert in een zaal en u daarbij de permanente binnengeluidsnorm van de zaal niet zal overschrijden?

Hiervoor is GEEN TOELATING van het college van burgemeester en schepen vereist MAAR er is WEL EEN MELDINGSPLICHT aan de burgemeester . Hij of Zij moet de veiligheid en het algemeen belang bewaken. Dus is kennis van de aard van de activiteit of de impact op de mobiliteit belangrijk (gemeentelijke politieverordening op de openbare orde en veiligheid artikel 3.5).

Naast normen voor het binnengeluid is er ook nog de normering voor het BUITENGELUID. Dit is afhankelijk van de ligging (woongebied, argrarisch, …) en van het achtergrondgeluid.

AFWIJKEN op de buitengeluidsnorm kan ALLEEN MET TOELATING van het college van burgemeester en schepenen ( ook voor de private omgeving van toepassing).

U bent uitbater van een gebouw: dan dient u de milieudienst te verwittigen en de keuze van de permanente binnengeluidsklasse mee te delen.

U bent organisator van een tijdelijke activiteit: u vraagt deze aan door middel van het aanvraagformulier "toelating activiteiten en inrichtingen" De dienst Welzijn en Vrije Tijd staat verder in voor het opvragen van het advies bij de milieudienst, politie en brandweer en de opmaak van het ontwerp van collegebesluit.

Van dit besluit worden de toezichthoudende ambtenaren (politie, milieuambtenaar) in kennis gesteld voor het geval er problemen te melden zijn.

Tot slot en nuttig om weten is dat los van deze geluidswetgeving er nog altijd de wetgeving op het nachtlawaai bestaat. Dit is een artikel uit het strafwetboek dat door de politie gebruikt wordt om klachten te beoordelen over lawaai hinder tussen 22 uur en 7 uur.  Een organisator kan perfect alle voorwaarden van de geluidswetgeving naleven en toch geconfronteerd worden met een klacht over nachtlawaai en een aanmaning krijgen van de politie om het geluidsniveau (in het geval muziek de oorzaak zou zijn) te verminderen.  Bij klachten over muziekactiviteiten zal ook de toezichthoudend-milieuambtenaar geïnformeerd worden om dan verder de situatie te beoordelen en of er maatregelen wenselijk zijn.

 

krul contactDienst Milieu

Brusselstraat 15, 1760 Roosdaal
Tel 054 89 13 32
milieu@roosdaal.be

In de gemeente Roosdaal zijn de eigenaars van braakliggende gronden en de eigenaars, huurders of gebruikers van bebouwde percelen verplicht deze te onderhouden, te maaien en rein te houden.

Het is bijvoorbeeld verboden vuilnis, puin of gelijkaardige stoffen op de braakgronden neer te leggen of te bewaren.

De verantwoordelijke is ook verplicht zijn terrein vrij te houden van ruigtekruiden, zoals netels, bramen, enz., tenzij een hogere wetgeving dat beperkt.

De meest doeltreffende en milieuvriendelijke manier om ruigtekruiden te bestrijden is het met de hand uittrekken net vóór de bloeiperiode. Hierbij tracht u zoveel mogelijk van de wortelstokken mee te verwijderen. Wanneer een regenrijke periode volgt, rot de rest van de wortels gewoon weg. Deze methode is vanzelfsprekend enkel toepasbaar op kleine oppervlakten (bijvoorbeeld in tuinen).

De beste manier om ruigten tegen te gaan op grotere oppervlakken, gebeurt door uw perceel twee keer per jaar te maaien en het maaisel zeer grondig af te voeren. Ruigtekruiden houden niet van maaien en verschraling en zullen snel afnemen. Specifiek voor distels: deze kunnen nog zaad vormen na het afmaaien, afvoeren is dus de boodschap! Door te weinig te maaien wordt de bloeiwijze wel weggehaald, maar wordt de plant geprikkeld om zich vegetatief uit te breiden.

Distels kunnen op 3 jaar tijd volledig manueel uitgeroeid worden. De distel is een tweejarige plant, uitgezonderd de akkerdistel. Het eerste jaar vormt de plant alleen een rozet, pas het tweede jaar zal de plant bloemen en zaad vormen. Slaagt men er dus in drie jaar achter elkaar alle rozetten te vernietigen, dan krijgt de distel geen kans te bloeien en zich voort te planten.

Het gebruik van bestrijdingsmiddelen is sterk af te raden omdat ze schadelijk zijn voor mens en dier en het milieu. Niet selectieve sproeimiddelen worden zeker afgeraden. Ze doden meestal onvoldoende de ruigtekruiden maar vooral andere begroeiing zoals grassen. Distels en brandnetels worden bij pesticidengebruik ook vaak bevoordeeld. Er ontstaat een ruimtevoordeel voor de ruigtekruiden, waardoor het risico groot is dat er op termijn alleen nog maar ruigtekruiden zullen groeien en de haarden dus verergeren in plaats van afnemen.

Het is ook sterk af te raden de bodem af te dekken met maaisel van afgereden gazon of ander plantenmateriaal zoals schors. Het maaisel zorgt wel tijdelijk voor bodembedekking maar van zodra een gedeelte van het gazon verteert, zullen ruigtekruiden als eerste de kans krijgen om zich op deze plaatsen te vestigen. Bovendien is het verstikkende gazonmaaisel de ideale voedselbron voor het vormen van nieuwe netelhaarden.

Onvoldoende onderhouden terreinen kan je melden aan het gemeentebestuur.

Laat de verantwoordelijke na verwittiging toch nog na zijn terrein degelijk te onderhouden dan riskeert deze een geldboete.

 

krul contactDienst Milieu

Brusselstraat 15, 1760 Roosdaal
Tel 054 89 13 32
milieu@roosdaal.be

Het verbranden van afval (waaronder ook snoeihout en plantenresten) in open lucht is verboden.

Wat zegt de wet?
De Vlaamse milieuwetgeving (Vlarem) is duidelijk: afval verbranden in open lucht is voor iedereen verboden.
Het verbod geldt niet alleen voor het verbranden van papier, plastic, piepschuim, autobanden en andere rommel, maar ook van biomassa-afval zoals gft, houtafval en groenresten.
De milieuwetgeving voorziet in hoofdstuk 6.11 van Titel II van het Vlarem wel enkele specifieke uitzonderingen.

Enkel in volgende gevallen is verbranding in open lucht nog toegelaten:

  1. het verbranden van droog onbehandeld hout bij het maken van een open vuur (een kampvuur). Let op: in sommige gemeenten is wel een reglement van toepassing waarbij je toch toestemming nodig hebt om een kampvuur te maken. Informeer je bij de milieudienst.
  2. het verbranden van droog onbehandeld hout en onversierde kerstbomen in het kader van folkloristische evenementen. Zo’n activiteit mag pas plaatsvinden als de gemeentelijke overheid schriftelijke toestemming heeft gegeven en de activiteit op meer dan 100 meter van bewoning plaatsvindt
  3. het verbranden van droog onbehandeld hout of een vaste fossiele brandstof in een sfeerverwarmer of voor het gebruik van een barbecuetoestel
  4. het verbranden van dierlijk afval, in overeenstemming met de bepalingen, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 juni 2013 betreffende dierlijke bijproducten en afgewerkte producten. Die activiteit mag pas plaatsvinden met schriftelijke toestemming van de toezichthouder
  5. het maken van vuur in open lucht indien nodig bij het beheer van bossen, als beheermaatregel, als fytosanitaire maatregel of als onderdeel van een wetenschappelijk experiment, in overeenstemming met de bepalingen van het Bosdecreet van 13 juni 1990
  6. het maken van vuur in open lucht in natuurgebieden, als beheermaatregel wanneer afvoer of verwerking ter plaatse van het biomassa-afval niet mogelijk is, of als fytosanitaire maatregel. Die activiteit mag pas plaatsvinden als de gemeentelijke overheid schriftelijke toestemming heeft gegeven en die activiteit als uitzonderlijke beheermaatregel is opgenomen in het goedgekeurd beheerplan
  7. de verbranding in open lucht van plantaardige afvalstoffen die afkomstig zijn van eigen bedrijfslandbouwkundige werkzaamheden, als afvoer of verwerking ter plaatse van het biomassa-afval niet mogelijk is, of als dat vanuit fytosanitair oogpunt noodzakelijk is

In al die omstandigheden moet (behalve bij het gebruik van sfeerverwarmers en barbecuetoestellen) in overeenstemming met het Veldwetboek en het Bosdecreet een afstand gerespecteerd worden van honderd meter tot huizen, heiden, boomgaarden, hagen, graan, stro, mijten of plaatsen waar vlas te drogen is gelegd, en een afstand van 25 meter tot bossen.

Wat met de BBQ van mijn buurman/vrouw?
Buiten afspraken maken en vragen om rekening met je te houden, kan je niets doen tegen de geuren van de barbecue van je buurman/vrouw.
In zijn/haar eigen tuin mag je buurman/vrouw altijd en overal barbecueën. Doet hij/zij dat goed, dan zijn er praktisch geen vlammen en geen rook.

En de afvalverbrandingsinstallaties?
In Vlaanderen zijn alle afvalverbrandingsinstallaties uitgerust met een geavanceerde rookgaszuivering. Ze verwerken tonnen restafval, maar stoten allemaal samen toch véél minder vervuilende en ongezonde stoffen uit dan open vuurtjes in de tuin. Bovendien zetten ze een groot deel van de warmte om in groene stroom. Zo gaat zelfs het restafval niet helemaal verloren.

Wat zijn de alternatieven?
Voor alle soorten afval bestaan gezonde, milieuvriendelijke oplossingen. Goed sorteren en meedoen aan de selectieve inzamelingen is daarom erg belangrijk.
Het leeuwendeel van het ingezamelde afval wordt gerecycleerd. Wat niet meer gebruikt kan worden, gaat naar speciale afvalverbrandingsinstallaties met geavanceerde rookgaszuivering en energierecuperatie.

Sorteren is goed, maar preventie is nog beter. Enkele tips om afval te voorkomen:

  1. Plak een antireclamesticker op je brievenbus en je hebt meteen veel minder oud papier.
  2. Kies voor vaste planten en struiken die langzaam groeien en niet elk jaar massa's snoeisel opleveren. Het betekent ook minder onderhoud.
  3. Veel tuinafval kan je zelf composteren.
  4. Snoeihout en ook je kerstboom kun je hakselen. De snippers strooi je tussen de planten uit. Zo vermijd je ook onkruid.
  5. Met dikkere takken leg je snel een mooie takkenwal aan als omheining. Je zorgt bovendien voor een schuilplaats voor kleine dieren en dus voor meer biodiversiteit.

Met wat goede wil en fantasie verwerk je al je tuinafval ter plaatse. Zonder vuur, zonder rook en zonder zorgen!

 

krul contactDienst Milieu

Brusselstraat 15, 1760 Roosdaal
Tel 054 89 13 32
milieu@roosdaal.be